Squat: Niet standaardiseren maar individualiseren, d.m.v. biomechanica!

Wat is biomechanica?
Biomechanica houdt zich bezig met de analyse van de mechanica van het menselijk bewegen. Mechanica is een tak van natuurkunde die zich bezighoudt met de omschrijving van beweging en de diverse krachten die bij bewegingen ontstaan. Vaak komen er bij biomechanica verschillende takken van mechanica aan bod zoals kinematica en dynamica. Kinematica heeft betrekking op de geometrie van de beweging van objecten inclusief verplaatsing, snelheid en versnelling, terwijl dynamica zich bezig houdt met de gevolgen van krachten door de beweging van voorwerpen. In sport wordt de definitie vaak uitgebreid om ook rekening te houden met de interactie tussen de sporter en hun uitrusting en/of omgeving.

De prestatie van het menselijke bewegen kan op vele manieren worden verbeterd, omdat er sprake is van verschillende factoren zoals o.a.: anatomische verschillen, neuromusculaire vaardigheden, fysiologische capaciteiten en psychologische / cognitieve vaardigheden. Al deze factoren worden bij de Dutch HDA behandeld d.m.v. het bolmodel. Biomechanica is in wezen de wetenschap van techniek en leent zich ook het meest om gebruikt te worden in sporten waarbij techniek een dominante factor is, in plaats van fysieke of fysiologische capaciteiten. Biomechanica kan in de sport worden gebruikt voor de identificatie van optimale techniek voor het verbeteren van de sportprestaties.

Mechanisch gevolg van anatomische verschillen
Als een kracht zorgt voor een draai of een torsie beweging spreken we van een Moment. Hierbij bepaalt de lengte van de arm en de grootte van de Kracht het moment. De arm is de afstand tussen het draaipunt en de werkende kracht, in biomechanica is dit vaak de afstand tussen een gewricht en het lichaamszwaartepunt en/of het gewicht wat je verplaatst. Aangezien iedereen anatomisch anders in elkaar zit en de ledematen qua lengte verschillen, is het erg onwaarschijnlijk dat iedereen op de zelfde manier een techniek moet uitvoeren. Anatomische verschillen worden behandeld in de groene bol van het bol model.

De squat individualiseren
De squat is een knie dominante oefening, dit betekent dat je meer de knieën buigt dan de heupen, hierbij is het moment in de knie rechts omdraaiend (zie afbeelding) waardoor je meer quadriceps spieren gebruikt dan de hamstrings. Wanneer je bovenbeen langer is, is de arm van de knie tot de heup bij een squat langer. Om dit te compenseren en het zwaartepunt punt boven het steunvlak te houden kan je de romp meer naar voren houden of een bredere voetpositie aannemen. Wanneer je dit niet doet zal je naar achter vallen. Door het naar voren leunen verandert de techniek en zal de oefening relatief meer heup dominant worden en dus ook het gebruik van de spieren in deze oefeningen veranderen.

Conclusie
Door gebruik van mechanische principes kan je overwegingen maken in de techniek van een bepaalde oefening, voor efficiëntie of het aanspreken van bepaalde spieren.
Natuurlijk wordt er nu maar 1 factor meegenomen namelijk: het verschil in bovenbeen lengte Ook worden er ook maar 2 oplossingen gegeven: het meer naar voren leunen van de romp en/of een bredere voetpositie. Uiteindelijk is de uitvoering van een squat afhankelijk van nog veel meer factoren zoals bijvoorbeeld mobiliteit, lengte van andere ledematen, verschil in ligging van het zwaartepunt etc.

Ook leren hoe je de squat kan aanpassen voor een persoon een/of de juiste doelstelling? Schrijf je dan nu in voor de opleiding Basis Fitness Trainer 21 september te Hilversum

Recent Posts