In veel fysieke(performance)programma’s wordt er naar onze mening teveel nadruk gelegd op de spieren die de beweging veroorzaken (de dominante agonistische spierketens), in plaats van de remmende tegenoverliggende spieren (de antagonistische spierketens) van de beweging in een sport. Dit komt voort uit het principe van specificiteit. Oftewel datgene wat je doet dat train je en daar wordt je dan beter in.

Gezien het feit dat er vaak maar beperkte tijd is voor fysieke training, is dat in veel gevallen een juiste keuze zou je denken. Op zich is dat maar voor een deel waar. Veel sporten kennen een soort van eenzijdig bewegen in steeds relatief dezelfde bewegingen.

Daarom is het belangrijk om:
A. De antagonistische spierketens te trainen (spierketens die de tegenovergestelde beweging(en) van de doelbeweging uitvoeren) en
B. Een veelheid aan bewegingspatronen aan te bieden

Een voorbeeld is om bij volleybal aandacht te besteden aan de remmers van de smash. Dus de achterkant van schouders en de rug, om zo in balans te blijven met de dominante voorzijde die bij de bal trainingen en wedstrijden al zoveel geprikkeld wordt. Daarnaast is een bijkomend voordeel dat als de remmers sterker worden de output van de smash ook groter en harder kan worden, omdat je langer kan versnellen.

Wil je weten hoe je dit (sport)specifiek zou kunnen aanpakken schrijf je dan in voor de
opleiding sportperformance van Dutch-HDA. Daar worden deze methoden vertaald naar direct toepasbare kennis en oefenstof.

Er zal gekeken worden naar progressie en regressie in de context van het handelen op basis van het niveau van jouw sporters.

Voor data en inschrijven voor de opleiding sportperformance die start op 28 oktober en meer informatie over Dutch-HDA kijk je op website: www.dutch-hda.nl

Recent Posts